Protestants-Evangelische
Kerk Boechout

Dat is toch dat onmogelijke verhaal van een maagdelijke geboorte?

Wie gelooft nu nog in zulke sprookjes? En toch blijven die kerkmensen maar lezen en vertellen over de “heilige Geest die over Maria kwam”. In het bijbelverhaal vinden we geen antwoord op onze technische nieuwsgierigheid naar hoe dat nu zit met die onbevlekte ontvangenis en de maagdelijke conceptie. Kennelijk gaat het daar in de bijbel niet om. Maar wat wil het verhaal dan wèl zeggen? 

 

Dit is wat Maria te horen krijgt: “Gods Geest zweeft over je” – net als ooit bij de schepping op de eerste bladzijde van de bijbel, deze keer wordt de nieuwe mens geschapen. En: “de Allerhoogste komt als een wolk overschaduwen”: net zoals hij lang geleden in een wolk door de woestijn met zijn mensen mee trok. Zó is God aanwezig: in Geest en wolk, ongrijpbaar, scheppend en meetrekkend, opening makend en ruimte biedend. En Hij daalt af … in een baarmoeder. In het Hebreeuws is er met dat woord een woordspeling aan de hand. Baarmoeder is rèchem en dat is verwant met rachum, wat ontferming betekent. God woont daar waar ontferming is, warm  en zacht als een vrouwenschoot, daar waar de liefde diep gaat. Dat is rijke beeldentaal met diepe betekenis.

Zijn wij niet opgegroeid met de geloofswereld van de middeleeuwse schilder Rogier van der Weyden? Zijn aankondiging aan Maria toont een indrukwekkende engel en een zedig en nederige vrouw met gebogen hoofd … Maar ook woorden die als een duif richting Maria’s oor vliegen. Symbolisch gezegd: je hoort God spreken en daaruit ontstaat binnenin jou het nieuwe leven. Dat symbool komt verrassend terug in dit eigentijdse schilderij:

We zien Maria als een meisje dat volop bezig was met het alledaagse, het schrobben van de vloer. Maar midden in haar activiteit, dweil nog in de hand, kijkt ze verrast omhoog. Hoort ze iets? Haar blik is tegelijk naar binnen gekeerd: was het een innerlijke stem? De deur staat op een kier, de klink naar beneden, het licht komt binnen en werpt een ander licht op haar vloer en haar emmer, alles krijgt kleur. Zij zelf zit in een zachte schaduw, die van de Allerhoogste voor wie ze niet bang hoeft te zijn. Door het raam zien we een stronk met een nieuw twijgje, een oud bijbels beeld over de afgekapte toekomst waar nieuw leven aan ontspruit, en de duif die dat nieuwe leven schept. 

Maria is een gewone vrouw, herkenbaar voor ons. Ze laat zich openen voor meer dan het gewone. Zo is ze prototype voor ons van wat geloven is. 

Waar woont God? De verhalen en de schilderijen zeggen ons: God woont daar waar hij mag binnenkomen.