Protestants-Evangelische
Kerk Boechout

Ja, waarom? Al die mensen doodgaan van de honger, van de ebola, op de vlucht en slachtoffer van oorlogen? Het milieu dat uitgeput raakt? Al die natuurrampen? Raakt het God nog wel en waarom grijpt hij dan niet in? 

 

Stel, God komt bij je op bezoek, net zoals in het verhaal van Abraham. (Lees het prachtige verhaal maar na in Genesis 18) “Wat zal ik God nu ’s vragen,” denkt Abraham, “nu ik hem bij me heb. Hoe zit het met mijn buurjongetje dat onder die camion is terechtgekomen? Waarom heeft mijn moeder zo jong kanker gekregen? Wat moeten we met de islam, is dat nu wel zo’n vredelievende godsdienst, bent U Allah of hoe zit dat eigenlijk? En gaat U nog een einde maken aan alle ellende?” 

En ondertussen hóór je God ook denken. “Ik zie het wel, hoe deze Abraham vluchtelingen in zijn huis opvangt. Zieken bezoekt. Brieven schrijft met gevangenen. Vooroordelen en stereotiepen durft doorprikken.” Abraham denkt niet zwart wit, Abraham geeft om de wereld.

God legt zijn kaarten op tafel. “Abraham, ik krijg alarmsignalen uit Sodom en Gomorra. Ik hoor de vreselijkste dingen. De mensen daar maken zichzelf kapot.”

De twitterberichten die God opvangt spreken boekdelen. Rabbijnse legenden vertellen hoe het daar strafbaar was om bedelaars te helpen. Illegalen in huis opnemen wordt afgekeurd. Vluchtelingen moeten maar buiten de poorten blijven. Langdurig werklozen zijn profiteurs – afstraffen die handel. Duidelijke taal. Doortastende politiek. Sodom en Gomorra weten wat ze willen.

Dit soort geroep heeft Gods oren bereikt en hij kan het nauwelijks geloven: zijn de mensen zo diep gezakt? De virtuele media zeggen niet genoeg: God zelf daalt af om in real life polshoogte te nemen. Is het echt waar dat kinderen in Syrië geen toekomst meer hebben? Dat baby’s worden onthoofd, meisjes worden uitgehuwelijkt en jongens de oorlog leren? Is het waar dat duizenden mensen 11 uur per dag, 6 op 7 in een atelier moeten zitten naaien om de kledingindustrie in rijke regio’s draaiende te houden en de prijzen kunstmatig hoog? En dat de giftige afvalbergen van diezelfde rijke landen dan weer in de arme landen worden gedumpt? Is het waar dat mensen die depressief zijn daar zelf op worden aangekeken en dat prestatiejacht de maatschappij ziek maakt?

Gods handen jéuken om in te grijpen. Maar hoe? Je kunt als god wel bliksems afvuren, maar dan sleur je met de schuldigen ook onschuldige slachtoffers mee. Lees de kranten er maar op na, de zelfverklaarde goden van de 21ste eeuw doen niet anders. Ze vinden dat maar normaal. Collateral damage heet dat. 

Nee, zó’n god wil God niet zijn. Daarvoor zit Hij er te dicht op. Al zoùden er in twee grote flagrant criminele corrupte tenhemelschreiende steden maar twee hàndjesvol mensen goed bezig zijn, dan kàn God die steden toch gewoonweg niet vernietigen! Al zitten er nog maar een paar handjesvol mensen in de kerken van West-Europa. Al wordt er bespaard op hulpverlening en hebben ngo’s het moeilijk. Al zou de hele wereld stilzwijgend toezien…  - dan is de stem van één meisje van 16 jaar genoeg om te zorgen dat ze niet verloren gaat. 

Echt? En al die kinderen in Syrië dan? En in India en Mexico en Congo? En … en …  

Misschien moeten we met pijn in ons hart vaststellen dat mènsen soms in de vuurzee van hedendaagse Sodom en Gomorra weldegelijk onschuldige medemensen meesleuren. Wat dit verhaal ons in elk geval wil zeggen is dat God dat verschrikkelijk vindt. Dat is niet wat God wil.

En belangrijker nog: dit verhaal vertelt hoe onmisbaar de tien zijn, die handjesvol, ook in het Sodom en Gomorra van vandaag. Hoeveel belang God eraan hecht dat wij volhouden om het goede te doen. Hoe belangrijk God het vindt, dat wij met hem in gesprek blijven over wat ons zorgen baart in de tenhemelschreiende werkelijkheid om ons heen. Dat wij zo echte pàrtners zijn voor God. Een lichtpunt voor hem en voor mensen. 

En zelfs al zou God ook nog wel ’s moedeloos kunnen worden van zijn èigen kinderen (wat toch zou kunnen) – u kent misschien dit prachtige gedicht uit Nederland (God woont in de Fokke Simonszstraat, van Willem Wilmink:

Ik hoorde het van een zeer eerwaarde
en hoogbejaarde dominee:
de Here wou met onze aarde
niet één dag langer meer in zee.

 

Al zouden wij hem overstelpen
met eredienst en dankgebed,
het zou geen ene moer meer helpen.
Er werd een punt achter gezet.

Maar zie, daar was diezelfde morgen
zo’n rotjoch uit de grote stad
een doodziek duifje aan het verzorgen,
dat hij op straat gevonden had.

‘Christus, wat mot je dan, wat wil je?
Ja, kijk me maar eens effe an.
Godsallejezus beest, wat tril je.
Blijf nou toch effe rustig man!’

Toen heeft de Heer zijn toorn bedwongen,
want hij kreeg schik in het geval.
Hij spaarde dus de kleine jongen,
de zieke duif en het heelal.