Protestants-Evangelische
Kerk Boechout

Dat is de titel van een boekje, dat onlangs uitkwam bij de uitgeverij EPO. Het is  geschreven door Bleri Lleshi.

Op het moment dat ik dit schrijf is het 23 maart. Eén dag na 22/03/2016. De tweede dag van nationale rouw nadert zijn einde. De pijn, onmacht, woede, verdriet, rouw, gekwetstheid… al deze gevoelens storten zich over mekaar heen in heel ons land.

Dat is de titel van een boekje, dat onlangs uitkwam bij de uitgeverij EPO. Het is  geschreven door Bleri Lleshi.

Op het moment dat ik dit schrijf is het 23 maart. Eén dag na 22/03/2016. De tweede dag van nationale rouw nadert zijn einde. De pijn, onmacht, woede, verdriet, rouw, gekwetstheid… al deze gevoelens storten zich over mekaar heen in heel ons land. Wat je nooit hoopte, maar misschien wel moest verwachten, is gebeurd. Er zijn doden en talloze gewonden. Mensen, wij allen wel misschien, moeten – als de open wonden genezen zijn - verder met littekens. Littekens kunnen opspelen, telkens opnieuw je bepalen bij je eigen kwetsbaarheid. Ze zijn een plek op je ziel, een smet op wie je bent. En je kunt alleen maar bidden en misschien zingen “Geef vrede, Heer, geef vrede… de wereld wil slechts strijd”. En dat is het dan. Want zelfs gisteren al riepen alle ministers in koor: we moeten zo snel mogelijk het gewone leven weer oppakken, ons niet laten doen… En dat is ook zo, natuurlijk. We mogen nooit toegeven aan gekgeworden terroristische mensen. Geweld mag toch niet het laatste woord hebben. Nu niet en nooit niet.

En toch… Gisteren verscheen er een boekje op mijn netvlies. “Liefde in tijden van angst” van Bleri Lleshi: filosoof en jongerencoach uit Brussel. Een wat pamfletachtig, maar o zo praktisch boekje. Zowel in zijn snelle, korte analyses van onze tijd en samenleving, als in de beschrijving van de angst én de liefde. Het is toch waar dat onze wereld vandaag wordt overwoekerd door angst… Zeker in ons verdonkerd Europa, waar de muren van het fort steeds hoger worden gebouwd en waar mensen aan de andere kant van die muren in de shit kunnen creperen… 

Ja, die zeker, maar wat denk je van ons, die door die muren omsloten worden? Is dat zo prettig, dan? Je hebt toch het gevoel dat naar buiten kijken – over die muren heen en verslaan wat daar gebeurt – mensen binnen zo bang maakt, dat je van schrik maar je mond houdt… Dus… deze, onze,  tijd en deze, onze, wereld bestaat uit angst.

Angst in verschillende posities, die zich spiegelen aan elkaar: angst voor de oorlog en angst voor de vluchtelingen, angst voor de toekomst en angst voor het verlies van zgn verworven rechten, angst voor het aangedane onrecht en angst voor het schreeuwen om recht, angst voor het sterven van ellende en angst voor het delen, angst voor terroristen en angst voor verandering… Het mededogen lijkt steeds verder weg te glijden uit deze angstige en angstigmakende wereld, de solidariteit is ver te zoeken.

In de minuten stilte, de straattekeningen, de kaarsjes, de bloemen zie je wel iets van solidariteit. Iets van verbondenheid. Alsof er even iets zo door mekaar is geschud, dat we vergeten dat we vooral eerst voor onszelf en onze eigenheid moeten zorgen. Alsof we even iets meer zijn dan “ieder voor zich”. Er is zelfs een God voor ons allen… Bart Peeters zingt ervan op de televisie. Het journaal eindigt ermee: “want God is liefde, zeker geen haat, geen reden voor misbruik of een nepkalifaat. ’t Staat in de Bijbel en in de Kor-an: zonder liefde kan de hemel niet bestaan”…

Liefde in tijden van angst. Een mooie schreeuw om mededogen, om solidariteit. Als de schrijver nog iets meer begrepen had van wat liefde=agape in de Bijbel is, dan zou het boekje een nog sterker pleidooi zijn voor de liefde.

Liefde in de Bijbel  houdt in dat je mekaar niet laat vallen, dat je elkaar solidariteit te bewijst.

Bij solidariteit gaat het er niet in de eerste plaats om, dat je mekaar lief vindt, of sympathiek … dan is het nl niet eens zo moeilijk om elkaar lief te hebben, dan houd je het wel uit met mekaar… hoe lastig het soms ook is.  Neen, in deze liefde gaat het juist ook om diegenen, die je niet direct sympathiek vindt, om hen die niet lief voor jou zijn… Het gaat om een bewuste keuze elkaar in verbondenheid vrij te laten, elkaar niet te onderdrukken, niet te verarmen, niet te kwetsen, het gaat erom elkaar recht te doen… als mens… omdat mensen voor God – Israëls God – allen even “lievenswaard” zijn. 

Er wordt echt niet van je gevraagd om met iedereen bevriend te zijn (filia), maar wel om solidariteit te bewijzen aan elkaar (agape)… Je hoeft niet vriend te zijn met alle armen of met alle vluchtelingen, maar je kunt je solidariteit met hen bewijzen door hen niet af te vallen. Door het voor hen op te nemen en hun positie goed te analyseren. En degenen die je in je eigen leven tegenkomt, kun je van harte “vriendachtig nabij zijn” (om toch nog even een term uit de presentietheorie te gebruiken). 

In deze Paastijd kunnen we die liefde, die solidariteit oefenen. De opstand tegen de dood is ons voorgedaan. Jezus is opgestaan. Zijn liefde heeft de dood overwonnen.

We moeten zo snel mogelijk het gewone leven weer oppakken… zo horen we het op tv, op straat… Maar misschien mag het wel ietsje meer zijn. Misschien kunnen we de factor liefde vermenigvuldigen met 100. Misschien durven we dat wel. 

Als déze liefde in tijden van angst eindelijk echt beleefd zou worden, dan kan de hemel ook hier en nu al ervaren worden. Geweld heeft niet het laatste woord. Het eeuwige leven begint nu.

 

Onze luchthavenpastor, ds Edwin Delen, was op 22 maart op de luchthaven van Zaventem. Na de gebeurtenissen gaf hij ons de volgende uitspraak door van een Afro-Amerikaanse vrouw in de luchthaven: “Wat die terroristen willen bereiken is verschillende culturen, nationaliteiten en religies uit elkaar drijven. Hoe paradoxaal: we zitten hier nu samen in één hangar, grote solidariteit tussen mensen van verschillende culturen, nationaliteiten en religies.”