Het kinderlied ‘Waar zou de stad van de vrede zijn?’ van Hanna Lam en Wim ter Burg eindigt met de woorden: ‘Is het er ja of is het er nee?’ Maar die stad van de vrede …?

We hebben nog vers in ons geheugen de ingetogen, maar ook indringende oecumenische 11-novemberdienst in Sint Bavo met aansluitend de herdenking van de slachtoffers van de twee wereldoorlogen. En daar klonk dan net als na WO I het ‘nooit meer oorlog!’. Maar ondertussen weten we wel beter. Elke dag zien we in het nieuws de hartverscheurende beelden van de gevolgen van oorlogen. En ondertussen zien we in deze adventstijd uit naar de komst van de Vredevorst. Ja toch? Of niet echt? Roept ook niet regelmatig in elk van ons een stemmetje: ‘Is het er ja of is het er nee?’ Want de wereld schijnt maar niet te leren uit de lessen van het verleden. Nog steeds gelden de woorden uit lied 1010: ‘… het onrecht heerst op aarde, de leugen triomfeert.’ Er wordt wel lippendienst aan de vrede bewezen, maar de wereldleiders, die in Frankrijk samenkwamen om ‘het einde van de grote oorlog’ te gedenken, gaan ondertussen gewoon door met het leveren van wapens aan oorlogvoerende landen en groepen.

Advent is dromen dat Jezus zal komen. Maar wie wacht daar echt op? Zijn we niet allemaal druk bezig met ons eigen weggetjes uit te stippelen, onze eigen plannetjes uit te werken? En past daar de komst van Christus wel in? Of zou dat niet juist al onze mooie plannen doorkruisen?

Toch is hoop en verwachting de enige weg om niet in apathie of cynisme te vervallen. Een cynisme waarin ieder maar pakt wat hij pakken kan, waar men tevreden is als men het zelf maar goed heeft.

Dat staat haaks op de boodschap van het evangelie. Dat is niet het voorbeeld dat Jezus ons gegeven heeft.

Daarom: laten we de hoop wakker houden en ons navenant ook gedragen!