Protestants-Evangelische
Kerk Boechout

Waarschijnlijk kennen zelfs heel veel niet-christenen de ‘drie koningen’ en ze zijn talloze malen afgebeeld, niet in het minst in de oneindig vele kerststalletjes, maar ook op schilderijen. Het merkwaardige daarbij is, dat er in de Bijbel helemaal geen verhaal over drie koningen staat.

Er staat: ‘Toen Jezus geboren was in Bethlehem in Judea tijdens de regering van koning Herodes kwamen er magiërs uit het oosten in Jeruzalem aan. ‘  Mijn Grieks woordenboek zegt me dat ‘magoi’ (magiërs) Babylonische wijzen en priesters waren, die de kunst verstonden om dromen en de stand van de sterren uit te leggen. Geen koningen dus, maar wijzen. Waarom het in de traditie koningen zijn geworden, weet ik niet. En het getal 3 komt wellicht vanwege de 3 genoemde geschenken, maar er staat in de Bijbel nergens dat ze met z’n drieën waren.

Geen koningen dus, maar wijzen. Koningen komen er in de Bijbel trouwens meestal niet zo goed uit. Denk maar aan de farao, aan koning Saul, Davids en Salomo’s scheve schaatsen en de vele koningen na hen, waarvan koning Achab een triest voorbeeld is. En natuurlijk ook in het verhaal koning Herodes, die ‘onnozele kinderen’ (onnozel in de oorspronkelijke betekenis van onschuldig) liet vermoorden om toch maar zeker zijn macht veilig te stellen. Hij liet trouwens ook enkele van zijn eigen zonen vermoorden uit angst voor een paleisrevolutie. De Schrift heeft het niet zo met machthebbers. We hoorden het nog in de Schriftlezing de laatste adventszondag uit de lofzang van Mara: ‘… heersers stoot Hij van hun troon, maar wie gering is, geeft Hij aanzien.’

We zien het wereldwijd: heersers, dictators, politieke leiders, die zich aan de macht vastklampen, vaak ten koste van en op de rug van hun onderdanen. Alle middelen zijn daarbij vaak goed, zolang zij samen met een groep bevoorrechten rond hen er maar voordeel bij hebben. Ze gaan zo nodig over lijken.

Toch horen we in de Schrift ook een tegengeluid: het ideaalbeeld van de ‘goede koning’: psalm 72: ‘Hij zal de redder zijn der armen, hij hoort hun hulpgeschrei. Hij is met koninklijk erbarmen hun eenzaamheid nabij.’ Zo moeten koningen – nu dus ook presidenten en politieke leiders - zijn, want ‘dan ruist op alle bergen vrede’.

Wat de wereld nodig heeft, zijn wijzen. Onze samenleving die hoe langer hoe diverser en multicultureler wordt, of we dat nu willen of niet, de wereld heeft nood aan wijzen, die niet hun eigenbelang zoeken, niet de macht, maar bereid zijn om te dienen.